Reisverslag – februari 2026

, ,

De wekker gaat om 4.30 uur en ik kijk door het raam. De laatste sneeuwvlokken dwarrelen neer. Yes! Het is zover, we gaan naar Israël. Even later rijdt Jacob zijn imposante auto voor en ik zwaai mijn vrouw uit. Daar gaan we.

We verzamelen bij Willem, waar de andere mannen al zijn. Ook Jacco Brink is aanwezig namens het bestuur van Yad L’Ami. We drinken een bakkie koffie en beginnen met gebed. Even later worden we afgezet op Schiphol en komen we vlot door de streng bewaakte douane.

De reis verloopt voorspoedig. Dan plof ik in mijn vliegtuigstoel en kijk naar buiten. Ik zie dat ik precies boven de vleugel zit. “Oei, waar begin ik aan?”, vraag ik mij af. De afgelopen dagen was het nog spannend of we überhaupt wel zouden gaan met de oplopende spanningen, maar niemand haakte af. “Zal ik nog snel het vliegtuig uitstappen nu het nog kan?”, denk ik bij mezelf.

Maar dan krijg ik een appje binnen, vlak voordat ik mijn toestel op de vliegtuigstand zet. “Hij zal u beschutten met Zijn vlerken, onder Zijn vleugels zult u de toevlucht nemen. Zijn trouw is een schild en een pantser. Psalm 91:4”, staat er in het appje… Nou, wat wil je nog meer als mens?! Menselijke vleugels onder je en Goddelijke vleugels boven je. Daar gaan we!

Niet veel later landen we in Tel Aviv, halen onze huurauto’s op en rijden richting Jeruzalem, naar Ria’s huis. Daar worden we hartelijk ontvangen met koffie en een heerlijke cake en brood wat de buren hebben gebakken. ’s Avonds vieren wij met de groep Sabbat bij Alie en Theo, geheel volgens Joodse traditie.

De volgende dag gaan we met Alie als gids op stap naar Jeruzalem. Met de Bijbel in de hand lopen we door de imposante stad. Op diverse plekken geeft Alie ons uitleg. Onze voetstappen treden de Sion poort binnen. We beklimmen de Olijfberg en lopen weer terug. We bezoeken ook een synagoge. Na zes uur lopen sloffen we moe maar zeer voldaan de Jaffa poort weer uit. Het was een indrukwekkende tocht door Jeruzalem. En wat kan Alie enorm veel vertellen. ’s Avonds worden we hartelijk ontvangen door Marc en Henny in Tsur Hadassa. Een heerlijke maaltijd staat voor ons klaar. Marc vertelt zijn verhaal als Holocaustoverlevende. Als kind van vier jaar moest hij zonder zijn ouders onderduiken. Tijdens de onderduik is zijn moeder hem een keer komen opzoeken en ze beloofde nooit meer weg te gaan. De volgende morgen was ze wel weg… “Ik was zó boos dat ik het behang achter mijn ledikantje van de muur heb getrokken”. Deze gebeurtenis heeft een enorme impact gehad op zijn leven. Wie kun je nog vertrouwen als je je eigen moeder niet kunt vertrouwen? Na de oorlog verwacht je dat iedereen wist wat er gebeurd was en dat we vanaf nu anders om zouden gaan met het Joodse volk. Maar niets was minder waar. Op de lagere en middelbare school werd Marc enorm gepest, geslagen en zelfs de sloot in getrapt. Waarom? Hij wist het niet. Hij wist niet eens dat hij Joods was. Maar de ouders van de schoolkinderen wel. En zij zetten hun kinderen aan tot haat. Later in militaire dienst heeft hij ook veel last gehad van de haat tegen zijn volk. Je zou denken dat dit nu voorbij is, maar nee. Marc is vertrokken uit “ons” Kampen omdat hij zich niet meer veilig voelde als Jood. Binnenkort moet hij terug naar Nederland in verband met struikelstenen in Amsterdam voor zijn grootouders. Maar eigenlijk ziet hij er tegenop om naar Nederland te gaan, is het nog veilig voor een Jood om daar rond te lopen? Mijn Nederland… Beschaamd keren wij terug naar onze slaapplaatsen en iedereen is stil van het verhaal.

De eerste werkdag breekt aan. We verzamelen ons vroeg bij Ria en rijden naar Sa’ad. Onderweg zien we dat er veel gebouwd wordt. We komen aan bij de kibboets en aan de hand van een tekening wordt uitgelegd wat we gaan doen. Elke dag wordt er een heerlijk ontbijt gebracht en ook de lunches zijn buitengewoon goed verzorgd. ’s Middags komt een groep kinderen langs met wat lekkers en een mooie tekst: “Bedankt.”

De mannen zijn echte doeners en al snel worden de eerste palen en hekken uit de grond getrokken en zitten de eerste mannen al op het dak. Er wordt gelast, gehakt, dakleer aangebracht en er worden hekken gesloopt. Het begin van het opknappen van de mooie dierenweide met verblijven is gemaakt.

Aan het einde van de dag gaan we naar het Novafestivalterrein. Diep onder de indruk zijn wij, als we zien wat hier gebeurd is. We zien alle foto’s van jonge mensen die vermoord, verkracht en gekidnapt zijn. Jonge mensen, die je kind, broer of zus hadden kunnen zijn. Onmenselijk hoeveel bordjes er staan. En elk bordje vertegenwoordigt een mensenleven. We lezen de verhalen… De zon gaat onder. In de stad eten we nog snel een pizza.

De volgende morgen is het weer vroeg dag. De zon is al op en we hebben er weer zin in. De clubmannen wordt uitgebreid met drie prachtige werkers vanuit Israel. Drie mannen die in het leger zaten. We horen ze helemaal uit. We hangen aan hun lippen en zijn onder de indruk van de precisie en zorgvuldigheid van het Israëlische leger. Ook toetsen enkele jongens de bij ons in Nederland gebrachte nieuwsfeiten. De waarheid blijkt genuanceerder te liggen.

Vandaag is het eten geregeld bij meneer Shachar en zijn vrouw, de enige overlevenden uit de gehele straat, die voor ons een barbecue hebben verzorgd. Maar de mannen willen eigenlijk helemaal niet midden op de middag zomaar gaan barbecueën en willen door met hun werk. Eten doen we wel in het donker, is de gedachte. Maar Ria maakt ons duidelijk, dat we dit niet zomaar kunnen afzeggen. En zo rijden we even later naar Kfar Aza.

Na een buitengewoon fantastische barbecue gaat Shachar ons rondleiden door het dorp. Verschrikkelijk wat we hier te zien krijgen. En de verhalen die we horen over hoe Hamas in vier dagen bezetting heeft huisgehouden. We lopen door straatjes met compleet kapotgeschoten huizen. Hier en daar wordt gestopt en uitleg gegeven. Dan staan we plotseling voor een huis en zegt Shachar: “Loop maar naar binnen, dan kun je het met eigen ogen zien.”

Een groep imposante kerels staat als aan de grond genageld. Niemand durft bijna naar binnen, omdat je weet dat je daar de pijn gaat voelen en zien. Maar we stappen over de drempel… Verschrikkelijk. Wat heeft hier een geweld plaatsgevonden…

We stappen allemaal stil de auto in. Terug op de werkplek duikt iedereen snel weer de tuin in en gaat zwijgend aan het werk. Opvallend is dat iedereen alleen werkt, met het hoofd naar beneden… pffff, dit moet wel even verwerkt worden.

De volgende dag. De zon komt al boven de horizon en we beginnen met het lezen van Psalm 23. Heel toepasselijk na een nacht die voor ons spannend was. Er werd flink gebombardeerd en we lagen te schudden in ons huisje. Helikopters en straaljagers vlogen over en de ene na de andere bom ontplofte. Mijn slaapmaat en ik zaten rechtop in bed. Zal Iran dan toch begonnen zijn?!

We kijken even om de deur van onze slaapkamer hoe het met de rest is. Maar iedereen is in diepe slaap. Kijk, die jongens snappen het: wees in geen ding bezorgd! Wij kruipen ons nestje ook maar weer in.

De volgende dag horen we dat er een soldaat gewond was geraakt bij de ontdekking van 120 mortieren in een tunnel en dat dit een standaardprocedure was.

In de loop van de ochtend begint het te regenen. Eerst een beetje, maar dan een serieuze bui. Wij als Nederlanders zijn wel wat gewend, dus geen probleem. Maar in Israël is het toch anders… Wij hebben putten, sloten en afvoerbuizen. Hier niet. Wel een heuvel — en wij zitten op het laagste punt.

Even later staat werkelijk alles blank. We pompen het meeste water wel weg, maar het is zoveel… alles verandert in een grote modderpoel en werken wordt bijna onmogelijk. Lopend kom je vast te zitten. De bobcat komt vast te zitten. Oei oei oei, het valt niet mee, maar de jongens gaan gewoon door. Ongelooflijk wat een samenwerking er loskomt. En de projecten vorderen mooi.

’s Avonds gaan we barbecueën bij Chagiv, die verantwoordelijk was voor ons op de kibboets, en zijn vrouw. Ook hier is alles weer uit de kast gehaald om ons te verwennen. Heerlijk hebben we gegeten.

De volgende dag gaan we verder. We vorderen goed. Vandaag komt er beton. Een deel van de mannen gaat verder met het aanplanten, de vijver en de vlonder. Mooie stappen worden gemaakt. Het irrigatiesysteem ligt nu bijna overal en het werkt. Behalve op de plek waar de bobcat vastzat, daar spuit het water de grond uit! Maar de jongens draaien hun hand hier niet voor om. Het gat is snel gespit en het lek nog sneller gerepareerd.

Een van de Israelische jongens leert snel dialect praten en roept het uit: “Mooi wark!” Elke middag worden we getrakteerd op iets lekkers door de kinderen, ook vandaag weer.

’s Avonds eten we bij Raymond en Mirjam. Raymond is boer en neemt ons mee op een rondleiding over de boerderij. Hij vertelt hoe het op 7 oktober hier is verlopen. De knechten zijn allemaal vermoord. De boerderij is in brand gestoken. Alles was vernield en de melktank kapotgeschoten.

Pas na drie dagen kon hij terug naar zijn boerderij. Hij liep de melkput in en daar stonden de koeien nog vast, omdat er geen elektriciteit was om het hek te openen. Drie dagen zonder water en eten. En ze leefden allemaal nog. Maar opstarten kon hij niet, omdat alles kapot was. De koeien, die volop in productie waren, stonden op knappen van de melk, met alle gevolgen van dien: ontstekingen, ziekte… Een drama.

We lopen langs het hek en zien de grens liggen. We horen de verhalen en zien Gazastad liggen. “Dat stuk zien jullie op tv, maar de stad zie je hier liggen. Ja, er is een stuk gebombardeerd. Maar 95% van de stad staat nog overeind.”

We komen in het huis van Raymond en Mirjam. Het eten staat klaar. Het lijkt wel of iedereen een koksopleiding heeft gehad in Israël, want het eten is weer fantastisch. Mirjam vertelt het indrukwekkende verhaal vanaf het eerste alarm tot de bevrijding laat in de middag. Wat een doodsangsten hebben deze mensen doorstaan. Wat een wonderlijke bewaring is hun gegeven. We stellen veel vragen. Het is bijna niet te bevatten wat hier is gebeurd.

Wat een stralende gezichten. De laatste dag is aangebroken. We pakken onze koffers in en gaan richting ons project. De grond is wat opgedroogd en we kunnen de grasmatten leggen. We krijgen bijna alles af wat we wilden en kunnen zelfs nog wat extra dingen doen. Het is prachtig geworden.

’s Middags krijgen we een mooie toespraak en de dank is groot. We ontvangen een certificaat en een ram op onze borst van de directeur (dat krijgen soldaten als ze het leger verlaten). Sommigen appten dagen later dat ze nog een blauwe plek hadden!

We nemen afscheid van 4 Israëlische mannen waar we zo’n band mee hebben gekregen. John wil met ons danken en bidden. We gaan in een kring staan en slaan de armen om elkaars schouders. Er wordt een intens gebed uitgesproken. Geweldig hoe we als mannen met elkaar meeleven en doorleven.

Een zeer indrukwekkende week sluiten we af. We stappen het vliegtuig weer in en gaan terug naar het veilige Nederland. Nou ja, veilig… Israël is Gods Oogappel en Nederland niet.

Een levens veranderende reis komt ten einde. Of was dit het begin?

Maandagochtend is iedereen van onze ploeg weer aan het werk. Om 11 uur komt het eerste appje al binnen: “Waar zitten jullie met je hoofd?” En iedereen zit nog in Israël.

Dank voor alles. Dank aan iedereen, en in het bijzonder dank aan Ria en Arjen. En bovenal dank aan onze goede God.

Shalom.

Vaardigheden

Gepubliceerd op

26 februari 2026